BURPEETALKNEWSwoensdag 23 septemberEN
← Voorpagina

BurpeeTalk Original

Xenom: EPI onder vuur

19 augustus 2026, 07:26 (35 dagen geleden) · Redactie BurpeeTalk News

XENOM presenteert zichzelf als een nieuw fitnessconcept dat de brug wil slaan tussen CrossFit, HYROX en traditionele sportcompetities. Maar na de eerste editie in Dallas ging het gesprek niet alleen over de workouts. Vooral het opvallende EPI-scoresysteem stond centraal. Voorstanders zien een eerlijkere manier om fitness te meten, critici vragen zich af of kracht momenteel te zwaar meetelt. Eén ding is zeker: het systeem zet de sportwereld aan het denken.

Wat is XENOM?

Voor wie het concept nog niet kent: XENOM is een nieuwe fitnesscompetitie die werkt met een vaste set van tien onderdelen. In tegenstelling tot CrossFit, waar atleten vaak pas kort van tevoren weten wat hen te wachten staat, zijn bij XENOM alle tests vooraf bekend.

Het idee daarachter is simpel. Wanneer iedereen dezelfde onderdelen kent, kunnen prestaties direct worden vergeleken tussen verschillende wedstrijden, locaties en zelfs seizoenen. Een score in Dallas moet in theorie vergelijkbaar zijn met een score in Londen, Miami of een andere toekomstige locatie.

Daarmee positioneert XENOM zich anders dan CrossFit, waar programmering voortdurend verandert, maar ook anders dan HYROX, dat volledig gericht is op één vaste race-indeling. XENOM probeert de breedte van fitness te behouden, met onderdelen voor kracht, gewichtheffen, conditie, gymnastiek en work capacity, terwijl resultaten toch onderling vergelijkbaar blijven.

Om dat mogelijk te maken werd het EPI-systeem ontwikkeld.

Een score gebaseerd op prestatie, niet op plaatsing

Traditioneel worden fitnesswedstrijden beslist op klasseringen. Win je een event, dan krijg je bijvoorbeeld 100 punten. De nummer twee krijgt 95, de nummer drie 90, enzovoort.

XENOM stapt daar vanaf.

De organisatie gebruikt een systeem dat meer lijkt op de puntentelling in de atletische meerkamp. Iedere prestatie wordt omgerekend naar een puntenaantal. Hoe beter de prestatie, hoe meer punten een atleet ontvangt.

Dat betekent dat het verschil tussen twee atleten niet wordt bepaald door hun eindpositie, maar door de daadwerkelijke afstand tussen hun prestaties.

Een voorbeeld:

  • Atleet A loopt een onderdeel veel sneller dan de rest.
  • Atleet B wint een ander onderdeel met slechts een kleine marge.

In een klassiek systeem krijgen beide dezelfde eventwinst. Bij EPI levert de dominante overwinning van Atleet A aanzienlijk meer op.

Het gevolg is dat atleten niet alleen proberen te winnen, maar zo veel mogelijk punten willen verzamelen.

Waarom atleten het systeem aantrekkelijk vinden

Tijdens de nabeschouwing van XENOM 001 gaven verschillende deelnemers aan dat dit de manier waarop zij wedstrijden beleven fundamenteel verandert.

CrossFit-atleten zijn gewend strategisch te denken. Soms is het voldoende om een directe concurrent te verslaan. Als dat lukt, wordt energie gespaard voor een volgend onderdeel.

Dat verdwijnt grotendeels binnen EPI.

Master-atleet Klay Hamilton omschreef het als een van de meest interessante aspecten van het weekend. Volgens hem word je continu gestimuleerd om je maximale prestatie neer te zetten.

Een voorsprong van één seconde is goed. Een voorsprong van twintig seconden is beter.

Dat klinkt logisch, maar het heeft grote gevolgen voor wedstrijdgedrag. Atleten kunnen minder snel "veilig spelen" wanneer ze bovenaan staan. Ook in een laatste event blijft het lonen om alles te geven, omdat iedere extra seconde of herhaling punten kan opleveren.

Emily Rolfe zag hetzelfde gebeuren. De Canadese CrossFit Games-atlete won meerdere onderdelen tijdens het weekend, maar merkte dat ze nergens kon ontspannen.

Normaal gesproken zou je soms genoegen nemen met een eventwinst. In Dallas bleef pushen tot het einde vaak noodzakelijk omdat iedere extra herhaling telde.

Het grote discussiepunt: wordt kracht te zwaar beloond?

Hoewel het idee achter EPI veel positieve reacties kreeg, ontstond tijdens het weekend ook direct een terugkerende discussie.

Verschillende atleten kregen het gevoel dat kracht- en gewichthefonderdelen relatief zwaar meewegen in de totale score.

Rolfe noemde daarbij haar vergelijking met concurrente Abby Domit. Bij bepaalde krachtproeven kon het verschil oplopen tot honderden punten. Tegelijkertijd leverden dominante prestaties in conditionele events volgens haar relatief weinig extra punten op.

Dat gevoel werd versterkt door voorbeelden uit de uitslagen.

In sommige looponderdelen of metcons konden atleten grote tijdsverschillen creëren zonder dat dit een enorme impact had op het klassement. Bij zware lifts leek dezelfde prestatiekloof juist veel meer invloed te hebben.

Dat betekent niet automatisch dat de berekeningen fout zijn.

Het probleem is vooral dat fitness uit veel verschillende disciplines bestaat. Hoe vergelijk je twintig extra repetities met twintig kilo extra op een halter? Of een minuut tijdswinst op een lange run?

Dat is precies de puzzel waar XENOM mee worstelt.

Een systeem dat waarschijnlijk nog moet groeien

De organisatie heeft inmiddels één belangrijk voordeel: data.

Waar de eerste editie grotendeels gebaseerd was op berekeningen en voorspellingen, beschikt XENOM nu over honderden echte prestaties van deelnemers.

Dat geeft ontwikkelaars de mogelijkheid om toekomstige versies van het puntensysteem verder te verfijnen.

Hamilton pleitte er zelfs voor om het eerste seizoen te beschouwen als een experimentele fase. Niet omdat het systeem mislukt zou zijn, maar omdat dit soort modellen tijd nodig hebben om zich te ontwikkelen.

Dat is niet ongebruikelijk.

Ook de atletiek heeft tientallen jaren besteed aan het verfijnen van de puntentabellen voor de tienkamp. Wereldrecords, prestatieverdelingen en statistische analyses werden voortdurend aangepast voordat de huidige puntensystemen ontstonden.

XENOM staat nog helemaal aan het begin van dat proces.

Een uitdaging voor de sport

Naast de balans tussen kracht en conditie is er nog een tweede vraagstuk.

Begrijpt het publiek wat het ziet?

CrossFit-fans weten direct wat een eventwinst betekent. HYROX-deelnemers begrijpen onmiddellijk dat een lagere eindtijd beter is.

Maar wat zegt een score van 9.700 punten?

Of 8.400?

Voorlopig nog niet veel.

Dat is misschien wel de grootste uitdaging voor de organisatie. Een succesvol scoresysteem moet niet alleen eerlijk zijn voor atleten, maar ook begrijpelijk voor toeschouwers.

Tegelijkertijd kan juist daarin de grootste kans liggen.

Wanneer fitnessfans leren wat een topscore betekent, ontstaat er iets wat de sport nog nauwelijks kent: een universele prestatienorm. Vergelijkbaar met een marathon onder de 2 uur 10, een 100 meter onder de 10 seconden of een 500 kilogram powerlifting-total.

De belangrijkste overwinning van XENOM

Na slechts één evenement is het onmogelijk om te zeggen of EPI de toekomst van fitnesscompetities wordt. Daarvoor zijn meer wedstrijden, meer data en meer atleten nodig.

Wat Dallas wel heeft bewezen, is dat het systeem reacties oproept. Sterke reacties.

Atleten discussiëren over strategie, programmeurs analyseren de puntentabellen en fans proberen te begrijpen hoe prestaties worden gewaardeerd.

Voor een splinternieuw concept is dat misschien wel het beste resultaat dat je kunt hopen. Want in een sport die voortdurend op zoek is naar innovatie heeft XENOM met één weekend bereikt wat veel nieuwe competities nooit lukt: mensen praten erover.

Lees ook

BurpeeTalk OriginalO’Hara’s Dopingzaak Ontketent TRT-Debat15 uur geledenBurpeeTalk OriginalLucy Campbell: Gesponserd door Nike2 dagen geledenBurpeeTalk OriginalVelner vecht op twee fronten4 dagen geledenBurpeeTalk OriginalWaarom CrossFit steeds meer kiest voor een upper/lower split5 dagen geleden

Meest gelezen

Nr. 1

Hyrox terug in handen van oprichters na overname van L Catterton

  1. 2Geruchten over ontslag Wietrzyk door PUMA zijn vals
  2. 3PRVN's Volgende Grote Test
  3. 4Wie is Joanna Wietrzyk, het Hyrox-talent om in de gaten te houden?
  4. 5Fittest Woman on Earth Aimee Cringle traint slechts 40 minuten per dag